Deutsche pronomen

🇳🇱 Geschreven in het Nederlands

In dit artikel leg ik meer uit over persoonlijke voornaamwoorden, voorwerpsvorm, bezittelijk voornaamwoorden en wederkerende voornaamswoorden.

Deutsche pronomen

Persoonlijke voornaamwoorden (pronomen personale)

Deze vorm verwijst naar een persoon, een groep mensen, voorwerpen of onzichtbare zaken. Door de zin vragend te maken kan je de persoonlijke voornaamwoord (het onderwerp) van de zin achterhalen.

Piet leest een boek (Piet = substantief)
Wie leest het boek? Dat is Piet. Piet is het onderwerp en kan vervangen worden door hij
Hij leest het boek (Hij = persoonlijk voornaamwoord dat verwijst naar Piet)

NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonikIjejegjagich
2e persoon
(formeel)
jij
u
you
–
tu
–
du
Du
du
Ni
du
–
3e persoonhij
zij
het
he
she
it
il
elle
–
han
hun
den / det
han
hon
det
er
sie
es
NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonwijwenousviviwir
2e persoonjullieyouvousdereniihr
3e persoon
(formeel)
zij
u
they
–
ils / elles
–
de
–
de
–
sie
Sie

Voorwerpsvorm

Deze vorm wordt als onderwerp in de zin gebruikt.

Dit boek is van hem. (hem verwijst naar Piet)

NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonmijmeme / m‘migmich
2e persoon
(formeel)
jou
u
you
te / t‘digdich
3e persoonhem
haar
het
him
her
it
le / l‘
la / l‘


honom
henne
Er
ihn
sie
es
NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoononsusnousossuns
2e persoonjullieyouvousereuch
3e persoon
(formeel)
hen / hun
–
them
–
les
–
dem / dem
–
sie
Sie

Deutsche pronomen

Bezittelijk voornaamwoord (niet-zelfstandig)

Het geeft aan van wie het is. Als er in de zin een onderwerp staat, dan is het bezittelijk voornaamwoord niet zelfstandig.

Ik vergat mijn fiets (mijn geeft aan van wie de fiets is)

NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonmijn / m’nmymein(e)
2e persoon
(formeel)
jouw / je
uw
your
dein(e)
3e persoonzijn / z’n
haar / d’r
–
his
her
its






sein(e)
ihr(e)
–
NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoononze / onsourunser(e)
2e persoon
(formeel)
jullie
uw
yours
–
euer / eure
3e persoonhuntheirihr(e)

Deutsche pronomen

Bezittelijk voornaamwoord (zelfstandig)

Het geeft aan van wie het is. Als uit de zin niet afgeleid kan worden wat het onderwerp is, dan is het bezittelijk voornaamwoord zelfstandig.

Het is de meine (meine geeft aan van wie het is, maar in de zin staat verder geen onderwerp)

NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonmeineminemein(e)
2e persoonjouweyoursdein(e)
3e persoonzijne
hare
his
hers



sein(e)
ihr(e)
–
NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoononzeoursunser(e)
2e persoonuweyourseuer / eure
3e persoonhunnetheirsihr(e)

Wederkerend voornaamwoord

De naam van het voornaamwoord verklapt zichzelf al, het komt terug.

Ik haas me
Hij verslikt zich

NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonmemyselfmig
2e persoon
(formeel)
je
U
yourself
–
dig
Er
3e persoonzich
zich
–
himself
herself
itself




sig
sig
–


NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoononsourselvesoss
2e persoonjullieyourselveser
3e persoonzijthemselvessig

Bevor du deine Reise durch die Sprachen fortsetzt

Gezeichneter weißer Bär, der an einem Lagerfeuer eine Weltkarte liest, mit einer Stadtskyline im Hintergrund.

Hast du Fragen zu Wörtern, Redewendungen oder sprachlichen Unterschieden? Oder möchtest du etwas zu diesem Thema hinzufügen? Du kannst deine Gedanken jederzeit über das Kontaktformular oder unten in den Kommentaren teilen. Gemeinsam machen wir Sprache verständlicher.

Wir sehen uns unterwegs!

Goldener handschriftlicher Schriftzug des Projekts ours Bamse.

Schreibe einen Kommentar